Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

makkabeeën

mannelijk (de)/ˌmɑkaˈbejə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) benaming voor Judas Makkabeüs en zijn familieleden, die leiding gaven aan de Joodse opstand tegen de Seleuciden in de 2e eeuw v. Chr.
    Joden over de hele wereld vieren de herinwijding van de Tempel in Jeruzalem door de Makkabeeën, nadat de Syriërs waren verslagen, in het jaar 165 v.Chr.
  2. religie (religie) benaming voor een drietal apocriefe boeken uit de BijbelHiervan beschrijven 1 Makkabeeën en 2 Makkabeeën de periode van de Joodse opstand tegen de Seleuciden; 3 Makkabeeën gaat over een conflict met de Ptolemeeën een halve eeuw eerder.
    De gebeurtenissen in 168 worden het uitvoerigst beschreven in I Makkabeeën.

Etymologie

* leenvertaling van Latijn "Maccabei", dat teruggaat op "מכבי", de bijnaam van