makker

mannelijk (de)/mɑkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand aan wie men door persoonlijke voorkeur verbonden is

Etymologie

*afgeleid van het Middelnederlandse ghemacke

Vertalingen

Engelsmate, buddy, comrade
Franscopain
DuitsGefährte
Spaanscompañero