mamba
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lid van een geslacht van grote, giftige Afrikaanse slangen uit de familie Elapidae
Etymologie
* Leenwoord uit het Bantoe, in de betekenis van ‘slang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek