mammoet
mannelijk (de)/ˈmɑmut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (slurfdieren) benaming zoogdieren uit het geslacht , sinds de laatste ijstijd uitgestorven
- zeer groot voorwerp
Etymologie
*van "мамонт" (mámont), in de betekenis van ‘voorhistorische olifant’ voor het eerst aangetroffen in 1692
Vertalingen
Engelsmammoth
Fransmammouth
DuitsMammut
Spaansmamut
Turksmamut
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek