manager

mannelijk (de)/ˈmɛnədʒər/

Wat is de betekenis van manager?

manager betekent: (bedrijfskunde) (beroep) persoon die de leiding heeft over een afdeling binnen een grotere organisatie

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijfskunde, beroep (bedrijfskunde) (beroep) persoon die de leiding heeft over een afdeling binnen een grotere organisatie
  2. beroep (beroep) iemand die voor artiesten, beroepssportlui enz. zakelijke belangen behartigt, impressario

Voorbeelden van "manager" in een zin

  • De manager luisterde niet goed naar zijn medewerkers.
  • Met een hoop handgebaren lukte het uiteindelijk om de manager van het bezoekerscentrum duidelijk te maken wat ik nodig had om mijn nepzonnebril te repareren.
  • Hij trad op als manager en promotor van bands.[https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/televisietip-bruidstranen~b5297a7f/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F Televisietip: Bruidstranen], de Volkskrant, 2 september 2006

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bestuurder van een onderneming’ voor het eerst aangetroffen in 1847 . Het kan ook (mede) zijn afgeleid van het eveneens uit het Engels afkomstige werkwoord managen,

Vertalingen

Engelsmanager
Fransmanager
DuitsLeiter
Spaansmánager, administrador, directivo
Russischmanager
Poolsmanager