Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

mandeligheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) bijzondere vorm van gebonden mede-eigendom over een onroerend goed, bijv. een scheidingsmuur, heg, pad of gracht (of sloot) tussen twee akkers, dat nuttig is voor twee of meer aanpalende erven
    Met betrekking tot de gemene muur was sprake van mandeligheid.

Etymologie

* afleiding van mandelig

Vertalingen

Fransmitoyenneté
DuitsGemeinschaftseigentum
Spaansmedianería