Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

mandibel

mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑnˈdibəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhangsel van het kopsegment waarmee insecten en schaaldieren kunnen bijten
    Het resultaat bewees dat Atta cephalotes baat heeft bij zijn maaggeluid. Zonder ultrageluid zaagde de kaak met krachtpieken van 10 tot 30 milliNewton. Met een vibrerende kaak (mandibel) was de uitgeoefende kracht maximaal 5mN.
  2. ondersnavel van een vogel
    De kaken bestaan uit de bovensnavel of maxilla en de ondersnavel of mandibula.

Etymologie

*van Latijn "mandibula" "kaak"