Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
mandibel
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑnˈdibəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhangsel van het kopsegment waarmee insecten en schaaldieren kunnen bijtenHet resultaat bewees dat Atta cephalotes baat heeft bij zijn maaggeluid. Zonder ultrageluid zaagde de kaak met krachtpieken van 10 tot 30 milliNewton. Met een vibrerende kaak (mandibel) was de uitgeoefende kracht maximaal 5mN.
- ondersnavel van een vogelDe kaken bestaan uit de bovensnavel of maxilla en de ondersnavel of mandibula.
Etymologie
*van Latijn "mandibula" "kaak"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek