mangelkamer

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vertrek waarin de was na het wassen gemangeld, gestreken en opgevouwen wordt
    En nu had zich daarbij ook 't huis gevoegd van juffrouw Ernestiene, waar Zaterdags Koos voor 't raam zat van de mangelkamer, waar je haar bovenlijf kon zien, onder de schaduw van de linde, haar rooie arm het dichtst bij de ruiten.