manifesteren

/manifɛsˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) algemeen bekend maken, aan iedereen laten blijken
    Iedereen stond er met aandachtige toewijding bij en ze hadden allemaal het gevoel dat er een kroon op het werk werd gezet, alsof het succes van de burgerlijke familie op dat moment eindelijk werd gemanifesteerd.
  2. inerg (inerg) een betoging houden
  3. refl (refl) zich ~ waarneembaar worden
    De infectie manifesteert zich in eerste instantie door hoge koorts.

Etymologie

*via Middelnederlands "manifesteren" van "manifester" (), dat weer teruggaat op Latijn "manifestare"; in de betekenis van ‘openbaren’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Vertalingen

Engelsmanifest, manifest
Fransmanifester, manifester
Duitsbekunden, zeigen
Spaansmanifestar, manifestarse