Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

manipurboomkruiper

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie van echte boomkruipers (Certhiidae). Deze soort komt voor van de Himalaya tot zuidelijk Midden-Vietnam en telt 4 ondersoorten

Etymologie

* (geoniem),