mannenkoor

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangkoor met een geheel mannelijke bezetting
    Ik heb het mannenkoor The City of Cork Male Voice Choir aangesproken om mee te werken en het ziet er naar uit dat ze naar Brussel zullen komen voor het St Patrick's weekend. Nu moeten we nog geld vinden, en sponsors. er zijn al afspraken gemaakt met Galerie Anspach en de St.Gorikshallen in Brussel. De Standaard 25/10/2013 Roos De Mol
    De Koninklijke Marine presenteert met trots het Hr.Ms De Ruyter mannenkoor. De ‘stoere mariniers’ zoals ze zichzelf noemen, zingen voor de kust van Somalië onder begeleiding van een accordeon over hun reis naar ‘warme oorden’ en hun jacht op piraten.NRC Annemarie Coevert 7 april 2013