mannin
vrouwelijk (de)/mɑˈnɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (christendom) vrouw
- manwijf, virago
Etymologie
**[1] leenvertaling van אִשָּׁה (ishá) "vrouw", (etymologisch ten onrechte) opgevat als afgeleid van אִישׁ (ish) "man", gebruikt bij de vertaling van de Bijbel, Genesis 2:23: "Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen."[https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/genesis/2/ Herziene Statenvertaling (2016) Stichting Herziening Statenvertaling (HSV), Zeist]; geraadpleegd 2019-08-23
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek