manschap

vrouwelijk (de)/ˈmɑnsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) status van leenman
  2. scheepvaart (scheepvaart) bemanning van een schip
  3. status of rol van man
  4. verouderd (verouderd) groep mannen (onderscheiden van vrouwen)

Etymologie

*van Middelnederlands "manscap", op te vatten als afgeleid van man