mantel
mannelijk (de)/ˈmɑntəl/
Wat is de betekenis van mantel?
mantel betekent: (kleding) omhullend kledingstuk
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) omhullend kledingstuk
- (techniek) omhulsel rond het eigenlijke apparaat
- (tweekleppigen) benaming voor schelpdieren uit de orde
Voorbeelden van "mantel" in een zin
- Zij sloeg een sierlijke blauwe mantel om haar schouders en stapte naar buiten.
- Ik was in de gang en trok mijn mantel aan om naar je ooms kantoor bij de voc te gaan.
- Waarom Sinterklaas een nieuwe rode mantel kreeg
- Deze mantel dient enerzijds ter bescherming, maar tegelijktijd ter verwarming van het instrument.
Etymologie
*via Middelnederlands """ van middeleeuws Latijn "mantellum", in de betekenis van ‘overjas’ voor het eerst aangetroffen in 1220
Vertalingen
Engelscloak, mantle, surface
DuitsKammmuschel
Spaansabrigo, capa, manto
Russischплащ, кожух
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek