Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

manusstruikkoekoek

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koekoeksvogels (koekoeksvogels) een vogel uit de familie (koekoeken). Eerder was dit een ondersoort van de treurkoekoek (C. variolus blandus). Deze soort komt voor in op de waarvan het hoofdeiland is

Etymologie

* (geoniem),