map
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑp/
Wat is de betekenis van map?
map betekent: een stevig omhulsel voor papieren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stevig omhulsel voor papieren
- een gebundelde verzameling gegevens
- (informatica) deel van het bestandssysteem, waarin een aantal bestanden op gestructureerde wijze bewaard kunnen worden
Voorbeelden van "map" in een zin
- Ik wilde hem vragen hoe hij op de opening terecht was gekomen - of Quick hem had uitgenodigd, en waarom - maar ik durfde niet goed, en het gewicht van de map in mijn handen leek me de mond te snoeren.
- Isaac Robles,' zei Reede, terwijl hij een foto uit een leren map op zijn bureau pakte. 'Ooit van hem gehoord?' 'Nee,' zei Lawrie. 'Het Prado heeft me deze gestuurd. Ze denken dat hij het is, in Malaga, in 1935 of '36.
- Zijn naam was Frederick Parr en hij heette me zonder veel omhaal van woorden welkom in zijn kantoor, waar hij me een dikke map overhandigde die aan de zijkant was dichtgebonden met een rood lint.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘omslag’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Engelsfile, file, map
Franschemise, dossier
DuitsMappe, Mappe
Spaanscarpeta, carpeta, directorio
Italiaanscartella, raccoglitore, cartella
Zweedspärm, katalog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek