mar

mɑr

Wat is de betekenis van mar?

mar betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marren
  2. gebiedende wijs van marren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marren

Voorbeelden van "mar" in een zin

  • Ik mar.
  • Mar!
  • Mar je?

Etymologie

marren zonder de uitgang -en