mar
mɑr
Wat is de betekenis van mar?
mar betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marren
- gebiedende wijs van marren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marren
Voorbeelden van "mar" in een zin
- Ik mar.
- Mar!
- Mar je?
Etymologie
marren zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek