marcheer
Wat is de betekenis van marcheer?
marcheer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marcheren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marcheren
- gebiedende wijs van marcheren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marcheren
Voorbeelden van "marcheer" in een zin
- Ik marcheer.
- Marcheer!
- Marcheer je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek