marcheer

Wat is de betekenis van marcheer?

marcheer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marcheren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marcheren
  2. gebiedende wijs van marcheren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van marcheren

Voorbeelden van "marcheer" in een zin

  • Ik marcheer.
  • Marcheer!
  • Marcheer je?