marechaussee
mannelijk (de)/ˌmarəʃoˈse/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ordehandhaving) (beroep) lid van het korps MarechausseeDe marechaussee zorgt in Nederland voor de politiedienst van de strijdkrachten en voor de controle van het grensoverschrijdend personenverkeer.
Etymologie
* van "maréchausée", in de betekenis van ‘militair politiekorps’ in het jaar 1815 Deze term werd door koning Willem I uit ideologische gronden na de herwonnen onafhankelijkheid van Nederland ingevoerd, ter vervanging van de Franse . De gens d'armes ("gewapende lieden") bestonden oorspronkelijk uit bewapende volksbrigades, die aan het begin van de Franse Revolutie ten tonele verschenen: ze werden vervolgens officieel op 16 februari 1791 met de ordehandhaving in Frankrijk belast. De oudere maréchausée werd met het monarchale Ancien Régime geassocieerd en vervolgens afgeschaft: de benaming is in het Frans sindsdien in onbruik geraakt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek