mariaal

onzijdig (het)/mariˈjal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (rooms-katholiek) boekwerk met verhalen over de heilige maagd Maria de moeder van God
    In dit boekje heeft de befaamde marioloog twee voordrachten gebundeld: 'Het gelukzalig leven in God' en 'Maria en haar kinderen in den hemel'. Deze voordrachten 'vormen samen een geheel', geheel dat ons eerder een 'unum per aggregationem' lijkt, daar de eerste lezing slechts door een kort 'aanhangsel' zou men denken, met de {{sic!

Etymologie

# (christendom) betrekking hebbend op de maagd Maria de moeder van Jezus Christus