marimba
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑˈrɪmba/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een zeer grote houten xylofoon uit Guatemala met onder elke toets een resonator van houtsnijwerkDie muzikant is zeer bedreven met de marimba.
Etymologie
* Leenwoord uit het Bantoe, in de betekenis van ‘slaginstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929
Vertalingen
Engelsmarimba
Fransmarimba, balafon
DuitsMarimba, Marymba
Spaansmarimba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek