marron
/mɑˈrɔn/
Wat is de betekenis van marron?
marron betekent: (Suriname) (geschiedenis) zwarte die uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (Suriname) (geschiedenis) zwarte die uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt
- (Suriname) iemand die afstamt van zwarten die uit slavernij naar de wildernis waren ontsnapt
zelfstandig naamwoord
- (voeding) grote kastanje, vrucht van de tamme kastanje,
Voorbeelden van "marron" in een zin
- Het ontoegankelijke bos wordt beschreven als bondgenoot van de marrons en als vijand van de blanke. Een oude slaaf waarschuwt: ‘Vluchten is één kans op vrijheid en duizend kansen op een wrede, afschuwelijke dood.’
- Marrons, nakomelingen van ooit gevluchte slaven die leven in de binnenlanden van Suriname en Frans Guyana, hebben hun Afrikaanse genetische erfenis voor 98 procent bewaard.
- De allermooiste kastanje is ongetwijfeld de marron, die één noot per bolster bevat. Zowel de kastanje als deze marron zijn de vruchten van de tamme kastanje.
- Ook uit de keuken van de Périgord is de marron aan het verdwijnen. Er zijn winig koks meer die het bos intrekken, voordat zij het eten gaan maken.
Etymologie
*[B] van marron kastanje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek