marteling

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het opzettelijk toebrengen van pijn en letsel aan een gevangene die zich niet weren kan
    De martelingen in die gevangenis zijn berucht.
  2. iets dat heel pijnlijk is
    In het kantoor aan de Strandvâgen had het niet gevoeld alsof de bandopname langer duurde dan tien minuten. Hier in de rechtszaal was het alsof die nooit zou eindigen, een eeuwigdurende marteling.

Etymologie

* van martelen .

Vertalingen

Engelstorture, torment
Franstorture
Spaanstortura
Italiaanstortura
Poolstortura