masker
onzijdig (het)/ˈmɑskər/
Wat is de betekenis van masker?
masker betekent: een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager
- een voorwerp geplaatst voor het gelaat voor andere redenen, zoals beveiliging of zuurstoftoevoer
Voorbeelden van "masker" in een zin
- Dansen met maskers hebben in traditionele culturen vaak een spirituele betekenis.
- Het dragen van een masker is bij het werken met chemicaliën die kunnen spatten of ontploffen geen luxe.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mombakkes’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Vertalingen
Engelsmask
Fransmasque
DuitsMaske
Spaansmáscara
Italiaansmaschera, mascherina
Portugeesmáscara
Russischмаска
Japans仮面, マスク
Arabischقناع
Poolsmaska
Zweedsmask
Deensmaske
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek