mastiff
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote hond met een heel los rimpelig vel bij het hoofdDyer raakte woensdagochtend gewond terwijl ze een 39 kilo zware Argentijnse mastiff, ook bekend als 'Dogo Argentino', onder zijn kin kroelde. De eigenaar van de hond was bij het voorval aanwezig, net als de brandweerman die de hond een dag eerder uit het ijskoude water van een meertje had weten te redden.De hond, een Tibetaanse mastiff, werd gebruikt omdat 'een lege kooi er slecht uit zou zien'.
Etymologie
* uit het Engels
Vertalingen
Engelsmastiff
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek