mastiff

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote hond met een heel los rimpelig vel bij het hoofd
    Dyer raakte woensdagochtend gewond terwijl ze een 39 kilo zware Argentijnse mastiff, ook bekend als 'Dogo Argentino', onder zijn kin kroelde. De eigenaar van de hond was bij het voorval aanwezig, net als de brandweerman die de hond een dag eerder uit het ijskoude water van een meertje had weten te redden.
    De hond, een Tibetaanse mastiff, werd gebruikt omdat 'een lege kooi er slecht uit zou zien'.

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelsmastiff