maté

mannelijk (de)/ˈmate/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten, kruid (bloemplanten) (kruid) hulstachtige heester waarvan de gedroogde bladeren worden gebruikt voor thee,
  2. drinken (drinken) aftreksel van maté,

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘Zuid-Amerikaanse volksdrank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1863

Vertalingen

Fransmaté
Spaanshierba mate, mate, yerba mate