Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
matsa
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑ'tsa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) ongezuurd brood, gegeten met Pesach
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws
Vertalingen
Engelsmatzo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek