maturiteit

vrouwelijk (de)/'matyritɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het tot volle wasdom en rijpheid zijn gekomen
    De terugkerende Desmet moet als nieuwe hoofdredacteur 'met zijn ervaring en maturiteit het jonge en talentvolle team van De Morgen inspireren', schrijft De Persgroep. Desmet wordt bijgestaan door de 33-jarige Brecht Decaestecker. Het Parool JUST FONTEIN 12 NOVEMBER 2012 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/opnieuw-hoofdredacteurswissel-bij-vlaamse-krant-de-morgen~a3346741/ Opnieuw hoofdredacteurswissel bij Vlaamse krant de Morgen]
    Ook voor aanranding van de eerbaarheid - de seksuele aanrakingen zonder penetratie - werd ze vrijgesproken. Volgens het hof had de vrouw niet de intellectuele capaciteit en maturiteit om te beseffen dat dergelijke aanrakingen een toestemming vereisen. Het Parool 13 OKTOBER 2011 [https://www.parool.nl/buitenland/verkrachtster-gaat-vrijuit-door-lacune-in-wetgeving~a2966103/ Verkrachtster gaat vrijuit door lacune in wetgeving]
  2. de mate waarin een baby volgroeid is bij de geboorte

Etymologie

*afgeleid van matuur

Vertalingen

Engelsmaturity