mauritiuspalm

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een tot 35 m hoge, tweehuizige palm met een kroon van uitgespreide, donkergroene, waaiervormig ingesneden, in omtrek afgeronde bladeren met een diameter van 4 m. De stam is tot 60 cm dik en ringvormig gesegmenteerd door de knopen van afgevallen bladeren. De palm komt oorspronkelijk uit het Amazonebekken en het noorden van Zuid-Amerika (Suriname) waar hij groeit in natte gebieden

Vertalingen

Franspalmier-bâche
Spaansmoriche
Portugeesburiti