maximalist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die streeft naar inwilliging van al zijn wensen en verlangens
    Zelf aardde hij wat zijn overtuigingen aanging naar zijn oom, zo deelde het praatgrage jongmens mee, en was hij een extremist en maximalist in alles: in kwesties van leven, politiek en kunst.
    Stephen Sestanovich, professor aan Columbia University en lid van de Council on Foreign Relations, schreef het boek Maximalist. Hij beschrijft daarin de terugkomende patronen in het Amerikaanse buitenlands beleid vanaf de Tweede Wereldoorlog. Zo betoogt hij dat na een actief presidentschap er steeds een president komt die zich meer terugtrekt, en vervolgens kritiek krijgt voor zijn gebrek aan ideeën. Ziet Sestanovich dat patroon ook terugkomen bij Obama?

Etymologie

* afleiding van maximaal