mazzel
mannelijk (de)/ˈmɑzəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geluk, goed gelukIk had vanmorgen een mazzeltje want ik was net langzamer gaan rijden toen ik zag dat ze stonden te controleren.
Etymologie
* Een ontlening uit het West-Jiddische מזל mazl "geluk", dat zijnerzijds van het מזלת mazzālot "lot; (verouderd) sterrenbeelden", de meervoudsvorm van מזל mazzāl "gesternte, ster, planeet, hemelteken, gelukkige gesternte, geluk; lot", stamt .
Vertalingen
DuitsMassel, Masel, Masen
Italiaansfortuna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek