mbo'er
mannelijk (de)/ˌɛmbeˈʔowər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (onderwijs) iemand die middelbaar beroepsonderwijs volgt heeft afgerondVooral bij uitwonende studenten is de portemonnee nog voor het einde van de maand leeg. De gemiddelde uitwonende mbo'er heeft een inkomen van 903 euro per maand en dat is flink lager dan de 1.052 euro die er iedere maand uit gaat.
- (persoon) (economie) iemand die een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs heeft afgerondEen mbo'er met een zorggerelateerde opleiding verdient gemiddeld 17.000 euro per jaar, terwijl hbo’ers en wo’ers met een sociale opleiding gemiddeld respectievelijk 27.000 en 37.000 euro verdienen.
Etymologie
*afgeleid van "mbo" , geschreven met een apostrof volgens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek