meanderen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) bochtig door het landschap kronkelen
    De Dortherbeek heeft, getuige de sterk slingerende gemeentegrens, in het verleden sterk gemeanderd.
  2. ov (ov) in zijn oorspronkelijke kronkelende loop herstellen
    De loop van dit riviertje is vanaf hier al gemeanderd door Het Brabants Landschap.
  3. erga (erga) overdrachtelijk langs een kronkelende weg reizen
    De reis startte in Delhi van waaruit we naar het zuiden zijn gemeanderd via Agra, Jaipur, Pushkar, Jodhpur en Udaipur.
  4. ov (ov) kronkelend afwerken bij het naaien
    De rand heb ik met de machine gemeanderd om 'm wat extra stevigheid te geven.