medicalisering

vrouwelijk (de)/ˌmedikaliˈzerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) behandeling alsof het vooral een geneeskundig probleem is, groeiende rol van de geneeskunde
    We zien hier individualisering en medicalisering: problemen worden toegeschreven aan kinderen en jongeren, en de oplossing moet van geestelijke gezondheidszorg komen.
    Over medicalisering van de sport heeft Goedhart (55) veel te melden. Zijn leidmotief: topsport zonder medicatie is niet ondenkbaar, wel onlogisch.

Etymologie

*afgeleid van "medicaliseren"