medicijn

alle geslachten/mediˈsɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
    Het niet op de juiste manier slikken van medicijnen kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid.
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) iemand die anderen van kwalen kan genezen
    {{ouds

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "medicijn" / "medecijn" van "médecin"

Uitdrukkingen

  • medicijnen voorschrijven

Vertalingen

Engelsmedicine, drug, pharmaceutical
Fransmédicament
DuitsArznei, Medizin, Medikament
Spaansmedicamento, medicina, fármaco
Italiaansmedicina, farmaco
Portugeesremédio, medicamento
Russischлекарство
Chinees藥物, 药物
Japans
Koreaans
Arabischدواء
Turksilaç
Poolslekarstwo, lek, farmaceutyk
Zweedsläkemedel, medicin, medicinen
Deensmedicin, lægemiddel