medicijn
alle geslachten/mediˈsɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefentHet niet op de juiste manier slikken van medicijnen kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid.
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) iemand die anderen van kwalen kan genezen{{ouds
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "medicijn" / "medecijn" van "médecin"
Uitdrukkingen
- medicijnen voorschrijven
Vertalingen
Engelsmedicine, drug, pharmaceutical
Fransmédicament
DuitsArznei, Medizin, Medikament
Spaansmedicamento, medicina, fármaco
Italiaansmedicina, farmaco
Portugeesremédio, medicamento
Russischлекарство
Chinees藥物, 药物
Japans薬
Koreaans약
Arabischدواء
Turksilaç
Poolslekarstwo, lek, farmaceutyk
Zweedsläkemedel, medicin, medicinen
Deensmedicin, lægemiddel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek