medicijnen
/mediˈsɛinə(n)/
Wat is de betekenis van medicijnen?
medicijnen betekent: geneeskunde als studierichting
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geneeskunde als studierichting
Voorbeelden van "medicijnen" in een zin
- Na zijn studie wijsbegeerte volgde nog een tweede studie en promotie in de medicijnen, waarna Kraijenhoff zich als arts in Amsterdam vestigde.
- Hij was bevriend geraakt met een befaamde tv-professor in de medicijnen. Zijn vrouw ervoer de vriendschap als een extra verzekeringspolis. Maar het academisch ziekenhuis was in een andere stad, zestig kilometer verderop.
Etymologie
*"medicijn" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek