medio

/ˈmediˌjo/

Betekenis

voorzetsel
  1. ergens in het midden van iets, gewoonlijk een tijdvak of maand
    Vanaf medio september zal dat overal verkrijgbaar zijn.

Etymologie

*van Latijn """ "in het midden", in de betekenis van ‘bijwoord van tijd: midden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1607