meegaan

/ˈmeɣan/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan
    Hij is met de vorige trein meegegaan.
  2. erga, figuurlijk (erga), (figuurlijk) op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan
  3. iets of iemand navolgen
    Wandelstokken? Inderdaad, ik was met de trend meegegaan en had een paar Leki Thermalite-wandelstokken aangeschaft.
  4. blijven functioneren
    Of Ingenuity het tot die tijd overleeft, is nog de vraag. De helikopter gaat al veel langer mee dan oorspronkelijk de bedoeling was. NASA ging ervan uit dat de helikopter vijf vluchten zou maken. Inmiddels heeft het apparaat 28 vluchten afgerond en 6,8 kilometer afgelegd.

Vertalingen

Engelsjoin, accompany
Fransaccompagner
Duitsmitgehen, mitfahren