meelopen

/ˈmelopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) iemand vergezellen tijdens het lopen
    Hij is met mij meegelopen naar het station.
    Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst.