meelopen
/ˈmelopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) iemand vergezellen tijdens het lopenHij is met mij meegelopen naar het station.Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek