meemaken

/ˈmemakə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets ~: getuige zijn van een gebeurtenis; beleven van een gebeurtenis
    Jij hebt de oorlog niet meegemaakt.
    Wij vonden 25 kilometer per dag al prima, terwijl jullie nu ruim 40 kilometer per dag doorjakkeren. Neem toch de tijd, zoiets maak je maar een keer in je leven mee. Het heeft me nooit losgelaten na al die jaren.’
    Nog nooit had ik dit soort temperaturen meegemaakt.

Vertalingen

Engelswitness
Duitsmitmachen, erleben, durchmachen
Spaanspresenciar
Russischдождаться