meenemen
Wat is de betekenis van meenemen?
meenemen betekent: (ov) bij het vertrek meevoeren naar een nieuwe plaats
Betekenis
- (ov) bij het vertrek meevoeren naar een nieuwe plaats
- (ov) aanvullend in beschouwing nemen
Voorbeelden van "meenemen" in een zin
- Hij nam zijn hond mee op reis.
- Ik legde de lege cahiers die ik had meegenomen links op een stapel, met mijn vulpen ernaast.
- Wout Poels, meesterknecht voor Team Ineos, grapt dat hij maar beter zijn gravelbike kan meenemen. ‘We moeten er maar mee dealen. Dit is het parcours.’
- Wij zullen uw opmerkingen nog meenemen.
Betekenis en uitleg van meenemen
Het woord 'meenemen' betekent iets of iemand met je mee dragen of vervoeren naar een andere plaats. Het kan zowel betrekking hebben op fysieke objecten als op abstracte zaken, zoals emoties of ervaringen.
Je gebruikt 'meenemen' wanneer je iets of iemand wilt beschrijven dat je verplaatst van de ene naar de andere locatie. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer je spullen uit je huis meeneemt naar een vriend, of als je bepaalde gedachten of herinneringen meeneemt uit een gesprek. De nuance ligt vaak in de intentie om iets waardevols of noodzakelijk te vervoeren.
Voorbeelden
- Ik ga vanavond naar het strand en neem mijn zonnebrandcrème mee.
- Tijdens de vergadering nam ze de feedback van haar collega's mee naar het volgende project.
- Het is belangrijk om je goede voornemens mee te nemen in het nieuwe jaar.
Woordoorsprong
Het woord 'meenemen' is samengesteld uit 'mee', wat 'samen' of 'met' betekent, en 'nemen', wat 'pakken' of 'overnemen' inhoudt. Samen vormen ze het idee van iets met je mee dragen.
Veelgestelde vragen over meenemen
Wat is de betekenis van meenemen?
meenemen betekent: (ov) bij het vertrek meevoeren naar een nieuwe plaats
Hoeveel betekenissen heeft meenemen?
meenemen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je meenemen in een zin?
Voorbeeld: “Hij nam zijn hond mee op reis.”
Uitdrukkingen
- Dat is mooi meegenomen — Dat is een fijne bijkomstigheid