meerdere

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmerdərə/

Betekenis

telwoord
  1. in ruim aantal; alleen attributief met een meervoud
    Hij pleegde meerdere moorden.
    Het was een ijskoude nacht en ik werd meerdere malen bibberend wakker.
zelfstandig naamwoord
  1. een ander persoon die wint
    Hij moest zijn meerdere erkennen in zijn buurman die net een seconde sneller was.
  2. meer dan één persoon
    "Dat heb ik ook steeds", roept een meisje spontaan vanaf haar plek in de kerkzaal. En als de dominee vraagt of dat bij andere kinderen thuis ook wel eens voorkomt, steken meerderen de hand op. Tubantia 08-11-07 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/basisscholen-westerhaar-vieren-dankdag~ac2c5c7a/ Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag]

Etymologie

*"meerder" met de uitgang -e

Vertalingen

Engelsseveral
Duitsmehrere
Zweedsflera