meesterknecht

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) eerste knecht, onderbaas
  2. wielrennen (wielrennen) of superknecht, de voornaamste knecht van een kopman
    Wout Poels, meesterknecht voor Team Ineos, grapt dat hij maar beter zijn gravelbike kan meenemen. ‘We moeten er maar mee dealen. Dit is het parcours.’

Etymologie

* In de betekenis van ‘eerste knecht’ voor het eerst aangetroffen in 1450