meesterkok
mannelijk (de)/ˈmestərˌkɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) persoon die erg goed kan kokenHaar man werd na zijn pensioen een meesterkok.
Etymologie
* , geschreven zonder koppelteken omdat "meester" alleen als versterking van "kok" bedoeld is, niet als voorbepaling bij de functie "kok" zoals bedoeld in
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek