meet

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grensstreep, een eindstreep
    Aan de meet kwam hij net een wiellengte te kort.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘streep, honk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1618

Uitdrukkingen

  • Vanaf het begin.

Vertalingen

Engelsfinish line
DuitsZiellinie, Ziel
Spaanslínea de llegada, línea final
Poolsmeta