megafoon
mannelijk (de)/ˌmeɣaˈfon/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grote geluidstrechter om de menselijke stem te versterken, tegenwoordig vaak met elektronische versterking„Allemaal stemmen 21 maart!”, schreeuwt Siep door de megafoon.{{ouds
Etymologie
*van "megaphone", in de betekenis van ‘versterkende geluidstrechter’ aangetroffen vanaf 1878 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Spaansmegáfono, portavoz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek