Mei
mannelijk (de)/mɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) de vijfde maand van het jaarIn Nederland valt dodenherdenking op 4 mei en bevrijdingsdag op 5 mei.Hierdoor starten de meeste North Bounders (NOBO) tussen maart en mei om in september het eindpunt te bereiken.
Etymologie
*Komt van het Latijnse mensis Maius. Mogelijk is de maand vernoemd naar de Romeinse godin Maia, de godin van de aarde.
Uitdrukkingen
- In mei leggen alle vogels een ei
Vertalingen
EngelsMay
Fransmai
DuitsMai
Spaansmayo
Italiaansmaggio
PortugeesMaio, maio
Russischмай
Chinees五月
Japans5月
Koreaans오월
Arabischمايو
Turksmayıs
Poolsmaj
Zweedsmaj
Deensmaj
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek