meier
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɛiər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- , (financieel) (biljet van) honderd gulden
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis), (beroep), (juridisch) m.n. in de vroege middeleeuwen (500-1000 n.C.) een beambte in dienst van een lands- of dorpsheer, vooral als aanklager en voorzitter met de rechtspraak in een bepaalde streek belast
- (geschiedenis), (beroep), (landbouw) (na de middeleeuwen) pachter, pachtboer, nadat de bestuurlijke bet. 1 uit het dagelijks leven was verdwenen
Etymologie
*Van Latijn maior (waar majoor tevens van is afgeleid).
Vertalingen
Engelssuperintendant
Spaansintendente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek