meikever
mannelijk (de)/ˈmɛikevər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kevers) , schildvleugelig insect dat in mei te voorschijn komt
- (geschiedenis) (pejoratief) (Nederland) opportunist die zich bij de bevrijding in 1945 nog gauw aansloot bij het verzet tegen de nazi's
Etymologie
* In de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1766
Vertalingen
Engelscockchafer
Franshanneton
DuitsMaikäfer
Spaansescarabajo sanjuanero, escarabajo de San Juan, melolonta
Italiaansmaggiolino
Zweedsmajbagge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek