melen
/ˈmelə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) heel kleine deeltjes loslaten
- (ov) bestuiven met meelZorg ervoor dat je je deegroller en de handen ook meelt, zodat het deeg ook niet blijft plakken.O, gij mulder wit gemeeld, gij die iedereen besteelt,Gij zult mijne man niet zijn, mijne man zult gij niet zijn!
- (ov) (verouderd) tot een poedervorm vermalen{{ouds
- (inerg) (verouderd) graankorrels fijnmalen
Etymologie
*afgeleid van "meel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek