melen

/ˈmelə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) heel kleine deeltjes loslaten
  2. ov (ov) bestuiven met meel
    Zorg ervoor dat je je deegroller en de handen ook meelt, zodat het deeg ook niet blijft plakken.
    O, gij mulder wit gemeeld, gij die iedereen besteelt,Gij zult mijne man niet zijn, mijne man zult gij niet zijn!
  3. ov, verouderd (ov) (verouderd) tot een poedervorm vermalen
    {{ouds
  4. inerg, verouderd (inerg) (verouderd) graankorrels fijnmalen

Etymologie

*afgeleid van "meel"